Tanzania Safari 2025
Heenreis Zwijndrecht - Arusha
Zaterdag 16 augustus zijn we 's avonds naar het Van der Valk Hotel bij Schiphol gegaan om daar te overnachten. De auto konden we daar de hele vakantie laten staan en de volgende ochtend zijn we met een shuttlebus naar Schiphol gegaan.
Na het inchecken en bagage afgifte, wat wederom erg snel ging, hebben we op het vliegveld ontbeten. Na het eten hebben hebben we nog zo'n 2 uur over het vliegveld gedwaald in afwachting van het moment dat we konden instappen.
Tegen 10 uur konden we instappen en een half uurtje later vertrokken we voor de zo'n 8½ uur durende vlucht naar Kilimanjaro International Airport (JRO) in Tanzania.
Tijdens de vlucht hebben we ons vermaakt met het spelen van spelletjes en kijken naar films. Het was al donker toen we aankwamen in Tanzania. Daarna een korte wandeling van het vliegtuig naar de aankomsthal waar we
nog een uur in de rij hebben gestaan voor de immigratie. Toen we dat allemaal achter de rug hadden was het nog een uur rijden over een soms slechte weg naar Arusha. Achteraf gezien zouden we deze weg comfortabel noemen
in vergelijking met sommige wegen in de nationale parken die nog zouden volgen.
In Arusha verbleven we 2 nachten in de Moivaro Lodge, een voormalige koffieplantage waar verspreid over het terrein meerdere huisjes stonden.
Arusha National Park
Maandag de 18ᵉ hadden we direct al onze eerste gamedrive in het Arusha National Park. We hebben eerst kennis gemaakt met Ali, onze chauffeur voor de komende 1½ week. Hij zal ons in zijn 4x4 door een aantal parken
in het noorden van Tanzania rijden en daarbij ook de gids zijn die ons op de diverse dieren moet wijzen. De auto heeft een opklapbaar dak zodat je vanaf een hoger standpunt beter zicht hebt op de omgeving en de dieren.
Het Arusha National Park is met een oppervlakte van 137 km² het kleinste wildpark van Tanzania. Het park herbergt 2 vulkanen, de 4566 meter hoge Mount Meru en de Ngordoto Krater. In het park leven
zo'n 400 verschillende soorten vogels.
Voor de lunch hadden we lunchboxen meegekregen die we op een picknickplaats hebben genuttigd met zicht op het Small Momella Meer. Na de lunch zijn we rond het meer gereden en ook langs het Big Momella Meer met z'n
vele flamingo's. Beide meren liggen in het noordoosten van het park.
Net als in Zuidelijk Afrika hebben we ook nu tijdens de gamedrives veel plezier gehad van de Afrika Safarigids van Ruud Troost. De gids die wij hebben is niet meer leverbaar, maar hij is inmiddels opgedeeld in meerdere afzonderlijke boeken.
Een aanrader om mee te nemen tijdens een safarivakantie. Ali was er ook erg van gecharmeerd en wilde hem ook graag hebben, maar het boek is niet in het Engels verkrijgbaar.
Naar het Tarangire National Park
Na twee nachten in Arusha was het tijd geworden om verder te trekken, onze volgende bestemming was het Tarangire National Park. Onderweg kwamen we door Arusha waar we bij een telefoonwinkel een SIM kaart hebben gekocht
zodat we die in een oude telefoon konden doen om die als Wifi hotspot te gebruiken de rest van de vakantie. Overigens zijn we ruim een half uur bezig geweest om een SIM te kopen en omdat er contant betaald moest worden, moesten
we ook nog bij een naastgelegen bank geld opnemen. Vervolgens in één ruk doorgereden naar het Tarangire National Park waarbij we onderweg ook konden genieten van het leven op het Tanzaniaanse platteland.
Tarangire National Park
Na zo'n 2½ uur rijden kwamen we aan bij het Tarangire National Park waar Ali zo'n 20 minuten bezig was met het regelen van de toegang tot het park. Dit park is met zijn 2850 km² een stuk groter dan het Arusha National Park.
In het park leven zo'n 550 vogelsoorten, meer als waar ook ter wereld. Verder staan er in het park veel baobabbomen, dit komt doordat het een waterrijk park is en deze bomen van veel water houden. We rijden door het noordelijke
deel van dit grote park op weg naar onze volgende verblijfplaats en we hebben dus ook maar een gedeelte van het park gezien.
Na aankomst in het park zijn we eerst naar de Tarangire Safari Lodge gegaan voor de lunch. Deze lodge ligt hoger dan de omgeving en vanaf het terras hadden we een geweldig uitzicht over het park en op de door het park
lopende gelijknamige Tarangire rivier waar we diverse ellipswaterbokken zagen.
De auto was uitgerust met een zend/ontvanger waarmee Ali in contact stond met andere chauffeurs om informatie uit te wisselen waar een bepaald dier te zien is. Op een gegeven moment was er een bericht over een luipaard in een boom.
Toen we daar aankwamen waren we duidelijk niet alleen. Helaas was het luipaard ver weg, met het blote oog was hij nauwelijks zichtbaar, maar met Arjan's telelens was hij nog enigszins in beeld te krijgen.
Na een paar uur door het park te hebben rondgereden waarbij we heel wat dieren hebben gezien, hebben we het park aan de westkant bij het Burunge meer verlaten, vervolgens langs het meer naar onze volgende
lodge gereden, het Lake Burunge Baobab Tented Lodge. Het hoofdgebouw met restaurant is gebouwd rondom een enorme baobabboom en na aankomst werden we naar ons grote en luxe bungalow gebracht. Vervolgens hebben we in het
restaurant gegeten.
Lake Manyara National Park
Na één nacht in de mooie lodge zijn we verder getrokken naar het westen, naar de zuidelijke ingang van het Lake Manyara National Park. Het park is niet zo groot, 329 km² waarvan het Manyara Meer 231 km² groot is.
En over het algemeen rijdt je vlak langs het meer en is het dus nooit ver weg. Dit park is bekend om de leeuwen die er in bomen klimmen, maar helaas hebben we die niet gezien. In de loop van de middag zijn we gestopt bij
een picknickplaats om de meegebracht lunchboxen te nuttigen. De picknickplaats ligt hoger zodat je er een mooi uitzicht over het park en het meer hebt.
Na de lunch zijn we naar de uitgang van het park gereden en vervolgens naar onze volgende lodge, Lake Manyara Serena Safari Lodge. Hier waren we ook maar één nacht en verbleven we in een rondavel, onderstaande foto
op de eerste verdieping. Vanaf het balkon hadden we zicht op het mooie zwembad met het Manyara Meer op de achtergrond.
Mto wa Mbu
De volgende dag hebben we na het ontbijt deze mooie locatie weer verlaten en zijn we naar het nabijgelegen dorp Mto wa Mbu gegaan, Mto wa Mbu betekent zoiets als 'rivier van de muggen' in het Swahili. Hier hebben we,
onder leiding van een lokale gids, een wandeling door het dorp gemaakt. Tijdens deze wandeling kwamen we langs een kleuterschooltje waar we even naar binnen zijn gegaan. Bij binnenkomst werden we door alle kinderen
hartelijk begroet. De kinderen leren op die jonge leeftijd al rekenen, tekenen en Engels. Toen we weer vertrokken wilden alle kinderen ons nog een hand geven, dus we hebben nog heel veel handen geschud.
We hebben kennis gemaakt met 2 lokale stammen: de Chaga en de Makonde. De Chaga zijn zeer bedreven in het maken van bananenbier en bananenwijn. Beide hebben we mogen proeven. De leden van de Makonde stam zijn bijzonder
goede houtsnijders. Ze maken de mooiste en ook intrigerende kunstwerken van hout.
Verder zijn we over de lokale markt gelopen waar we een rode banaan hebben gegeten, nooit geweten dat er ook rode bananen zijn. Er zijn trouwens zo'n 30 variëteiten bananen.
Bij een culturele organisatie waar mensen zonder werk aan de slag kunnen als kunstenaar, hebben we allerlei schilderijen bekeken. We hebben er uiteindelijk ook nog een schilderij gekocht.
Eyasi Meer
We hebben zo'n twee uur door Mto was Mbu gewandeld en aan het einde van de wandeling stond Ali ons al op te wachten. Vervolgens was het nog zo'n 2½ uur rijden naar onze volgende verblijfplaats aan het Eyasi Meer,
het Kisima Ngeda Tented Camp. Hier verbleven we twee nachten in een luxe tent op palen met een veranda met zicht op het meer en de vele foeragerende vogels aan de oevers daarvan. 's Avonds zagen we de zon achter de bergen aan de
overzijde van het meer verdwijnen. En, zoals bij de meeste lodges, werd ook hier 's avonds een kampvuur aangestoken om daar voor het diner samen met de andere gasten van een drankje te genieten en de belevenissen van
de dag te bespreken.
Datoga Stam
Na aankomst bij de lodge hebben we daar geluncht en na de lunch zijn we 's middags rond half 4 met Ali en een gids van het 'Lake Eyasi Cultural programme' naar de Datoga stam gereden waar ons een heel verhaal over
de nomadische Datoga's werd verteld. Over hoe ze nog altijd vechten met de Masai over koeien en rechten op het hebben ervan. De Datoga stam heeft zich in het verleden gesplitst in 2 groepen. De ene groep bestaat
uit 4 clans van nog steeds nomadische herders. De andere groep bestaat uit een clan die zich als smid heeft gespecialiseerd, een clan die potten is gaan bakken en een clan die groente is gaan verbouwen.
De smeden van de Datoga stam kunnen vakkundig bestaande voorwerpen in andere veranderen. Het was indrukwekkend om te zien hoe ze in zo'n 10 minuten een grote spijker in een scherpe pijlpunt veranderden.
Na het bezoek aan de clan van de smids was het 2ᵉ bezoek aan een groep vrouwen van één van de herdersclans. Hier heeft de gids uitgebreid verteld over het dagelijks leven, het trouwsysteem en
de hiërarchie bij de clan. Een jonge vrouw toonde ons het malen van graan.
Jagen met de Hadzabe Stam
De volgende dag moesten we vroeg opstaan voor een bezoek aan een andere stam, de Hadzabe. We zouden met een paar leden van de stam gaan jagen. Van te voren konden we ons geen voorstelling maken wat we zouden kunnen verwachten.
Bij aankomst kregen we eerst uitleg over het gebruik van de pijl en boog en dat ze, afhankelijk van hoe groot het dier is dat ze zien en willen schieten, een ander soort pijl gebruiken. Voor kleine vogels gebruiken ze een
andere pijl dan ze bijvoorbeeld voor een impala zullen gebruiken. De leden van de Hadzabe stam spraken geen Engels, maar ze spraken in hun eigen taal met allerlei klik geluiden. De gids vertaalde het voor ons.
Na de uitleg hebben we geoefend met het gebruik van de pijl en boog. Er bleek aardig wat kracht nodig te zijn om de boog te kunnen spannen. Vervolgens zijn we op jacht gegaan. Wij samen met Ali en de gids liepen achter de mannen
van Hadzabe stam aan. Maar ze liepen behoorlijk snel, we konden ze amper bijhouden. Als ze een vogel zagen slopen ze er stil op af om ze niet weg te jagen. Niet iedere poging was succesvol en bij een misser was het soms lastig
om de pijl terug te vinden. Uiteindelijk hebben ze alleen twee kleine vogeltjes geschoten, blauwnekmuisvogels. Een geschoten vogel die nog niet dood was beten ze met hun tanden dood door een beet in de nek van de vogel.
Eenmaal terug in het kamp werden ze ontdaan van de veren en op de 'BBQ' gelegd.
Omdat twee kleine vogeltjes waarschijnlijk te weinig eten was voor iedereen, werd ook een eerder geschoten dier ontleedt en op de 'BBQ' gelegd. De hond keek verlekkerd toe en kreeg ook zo af en toe wat ingewanden toegeworpen
die gulzig naar binnen werden geschrokt. Wij waren blij dat we niets aangeboden kregen van het 'gebraad'.
Na het bezoek aan de Hadzabe stam hebben we bij de auto het meegebrachte ontbijt gegeten en vervolgens zijn we na nog een korte stop bij een uienveld terug gereden naar de lodge waar we de rest van de dag relaxend hebben
doorgebracht. In de middag hebben we nog een wandeling langs het meer gemaakt en verder in de bar gezeten, wat lokale biertjes gedronken en met de overige gasten en het personeel gepraat.
Acacia Farm Lodge
Na twee nachten aan het Eyasi meer was het tijd geworden om te vertrekken naar Karatu waar we twee nachten verbleven in een schitterende en luxe lodge, Acacia Farm Lodge. We hadden hier een behoorlijk groot chalet met
een privé butler, Frank, en een privé huishoudster, Veronika. 's Middags, na de lunch, zijn we met een bioloog over het terrein gewandeld waar we ook weer diverse vogels hebben gezien. De lodge heeft ook een
grote tuin waar groente en fruit wordt verbouwd. Ook wordt er koffie verbouwd die ze zelf branden en die in het restaurant wordt geschonken. Er worden zelfs varkens gehouden voor het vlees.
Ngorongoro Krater
Zondag 24 augustus zijn we naar de Ngorongoro Krater gegaan, onderdeel van het veel grotere Ngorongoro Conservation Area (bekijk de mooie video op deze website). Dit is geen nationaal park omdat er ook mensen wonen, de Masai die hun vee
laten grazen en drinken in de krater. De krater is de grootste intacte caldera ter wereld met een diameter van 19 km en een oppervlakte van ongeveer 260 km². Ze is zo'n 2 tot 3 miljoen jaar geleden ontstaan uit een vulkaan
die zo'n 5 km hoog moet zijn geweest. In de krater leven zo'n 25.000 grote zoogdieren en het is daarmee één van de dichtstbevolkte wildgebieden ter wereld. Bijna alle grote Afrikaanse dieren komen er voor: zebra's,
gnoes, zwarte neushoorns, olifanten, leeuwen, luipaarden en nijlpaarden. Alleen de giraffe zul je er niet vinden omdat zij door hun lange nek en poten de steile afdaling naar de bodem van de krater niet kunnen maken.
Via een slechte weg zijn we naar de krater gereden. Bij een uitzichtspunt op de kraterrand zijn we gestopt vanwaar je een schitterend uitzicht hebt over de krater met daarin een alkalisch meer, het Magadi meer. Eenmaal afgedaald
in de krater zijn we er kriskras doorheen gereden waarbij een grote hoeveelheid aan dieren hebben gezien. Bij een picknickplaats zijn we gestopt om de meegebrachte lunch te nuttigen. Tegen het einde van de dag zagen we heel
in de verte een zwarte neushoorn lopen. Maar eigenlijk te ver weg om er een goed foto van te maken, zelfs met Arjan's telelens.
Olduvaikloof
Na twee nachten in de Acacia Farm Lodge zijn we weer verder gegaan naar het volgende park. Onderweg zijn we gestopt bij de Olduvaikloof, een steil ravijn in de Grote Slenk en één van de belangrijkste
archeologische vindplaatsen ter wereld. Het wordt ook wel de 'Wieg van de Mensheid' genoemd. De daar gedane ontdekkingen hebben het inzicht in de evolutie van de eerste mensen verdiept. Volgens sommige onderzoekers was
hier miljoenen jaren geleden een groot meer waarvan de oevers waren bedekt met lagen vulkanische as. Ongeveer 500.000 jaar geleden veranderde seismische activiteit de loop van een riviertje dat zich vervolgens een weg
baande door de sedimenten en zeven belangrijke lagen in de kloof blootlegde. Een aantal van deze lagen is nog steeds duidelijk zichtbaar in een grote rots die zich voor een uitzichtspunt bevindt. De lagen vulkanisch
as en steen maken datering van de voorwerpen die in die verschillende lagen zijn gevonden mogelijk. De oudste gevonden voorwerpen zijn ongeveer 2 miljoen jaar oud en er zijn fossiele resten gevonden van 2½ miljoen jaar oud.
Naar de Serengeti
Na de Olduvaikloof de volgende korte stop op de grens tussen het Ngorongoro Conservation Area en het Serengeti National Park. Vervolgens was het nog zo'n 20 minuten rijden was naar de Naabi Hill Gate, de hoofdingang van het
Serengeti National Park, gelegen op een heuvel. Hier waren ook tafeltjes waar we de meegebrachte lunchboxen hebben genuttigd. Na de lunch heeft Ali de registratie gedaan, dat duurde erg lang en uiteindelijk was het niet gelukt
omdat het internet het nietdeed. De registratie moet op een later tijdstip nog een keer gebeuren. Vervolgens was het nog zo'n 80 km rijden naar het volgende kamp waarbij we uiteraard weer diverse dieren hebben kunnen spotten.
Na een lange middag rijden over erg slechte wegen kwamen we 's avonds rond zes uur, net voor zonsondergang, aan bij het volgende kamp, het Serengeti Kati Kati Tented Camp, ons verblijf voor de komende vier nachten. De tent was
voorzien van een toilet en een emmer douche. Je kon aan het personeel doorgeven hoe laat je wilde douchen en dan kwamen ze met een grote emmer heet water waarmee een emmer buiten de tent werd gevuld. Dat was voldoende voor
ongeveer vijf minuten douchen. Elektriciteit werd geleverd door een zonnepaneel die een accu in de tent oplaadde, dat was alleen voor de verlichting. Er was dus geen netspanning in de tent. Telefoons en dergelijke kon je opladen
in de hoofdtent waar ook het restaurant was.
Serengeti National Park
In het oorspronkelijke plan van de reisorganisatie zouden we drie nachten in de Serengeti zijn en daarna de laatste vijf nachten van de vakantie op Zanzibar. Dat laatste leek ons wat veel en omdat we liever op safari
gaan hebben we het verblijf op Zanzibar met één dag ingekort en zijn we een dag extra in de Serengeti geweest.

De naam Serengeti is afgeleid van het Masai woord 'Siringet' wat 'eindeloze vlaktes' betekent
Het Serengeti National Park ligt in het noorden van Tanzania en grenst aan het in Kenia gelegen Masai Mara. Het park is met zijn ruim 14700 km² het op twee na grootste wildpark van Tanzania.
De Serengeti is beroemd om de Great Migration en dan vooral van de beelden waarbij duizenden dieren tegelijk de Mara rivier oversteken terwijl de krokodillen geduldig wachten op het lekkerste hapje en toeslaan
zodra de dieren zich in het water begegeven. Ten tijde dat wij er waren was de migratie in het noorden van de Serengeti terwijl wij in het midden zaten. Dus dit spektakel hebben we niet gezien want het is te ver om op
één dag heen en weer te gaan.
Iedere ochtend na het ontbijt vertrokken we voor een gamedrive die de hele dag duurde en waarbij we iedere keer een veelheid aan dieren hebben gezien. Rond de middag stopten we voor de lunch waarbij we de lunchpaketten
nuttigden die we 's ochtends na het ontbijt in het kamp zelf hadden samengesteld. Iedere dag verkenden we een ander gedeelte van de Serengeti, de eerste dag gingen we vanuit het kamp naar het oosten, de tweede dag
naar het noorden en de derde dag naar het zuiden.

Kudde olifanten op de Serengeti
De tweede dag zouden we eigenlijk naar het zuiden gaan om op zoek te gaan naar neushoorns, maar Ali had vernomen dat er ten noorden van het kamp een mini migratie was te zien van honderden gnoes. Uiteraard niets vergeleken
bij de grote migratie in het noorden van de Serengeti maar het was zeker een indrukwekkend gezicht om zoveel gnoes te zien lopen.
Hieronder een aantal foto's van de indrukwekkende mini migratie van de gnoes.

Honderden gnoes in een mini migratie
De derde dag zijn we naar het zuiden gereden waar volgens Ali de kans het grootst is om neushoorns te zien. Het gebied was ook minder populair bij andere toeristen en chauffeurs, we waren bijna alleen in dit gedeelte van
de Serengeti, zo af en toe kwamen we een andere auto tegen. In ieder geval een stuk minder dan op de andere dagen. In dit gebied bevinden zich ook de Moru kopjes, een cluster van rotsen en heuvels met een oppervlakte van
zo'n 3200 km².

Nog zo'n schitterend uitzicht over de Serengeti
Niet ver bij de plaats vandaan waar we de neushoorns zagen waren er rotstekeningen. Dit is rotskunst van de Dorobo stam met een eland en giraffes. De eland was een heilig dier voor het San volk en daarom vermoedt men
dat dit een heilige plaats was. De laatste stop was bij het Magadi meer, weer een Magadi meer, het meer in de Ngorongoro krater heet ook het Magadi meer. Het woord Magadi betekent in sommige Bantu-talen 'zout' of 'zoutpan'
en het duidt dus een meer aan met zout water. Bij en in het meer leeft een grote verscheidenheid aan vogels.

Zonsondergang op de Serengeti
Naar Zanzibar
Vrijdag 29 augustus hebben we de Serengeti verlaten. In de Serengeti zijn meerdere airstrips, de belangrijkste is de centraal gelegen Seronera Airstrip, hemelsbreed zo'n 20 km vanaf het kamp, vanwaar we naar Zanzibar zijn gevlogen.
Overigens was de oorspronkelijk vlucht naar Zanzibar geannuleerd, een paar dagen eerder hadden we bericht gekregen van het reisbureau dat we waren omgeboekt op een andere vlucht. Onderweg naar het vliegveld heeft Ali nog een mini
gamedrive gedaan. Op het vliegveld afscheid genomen van Ali en vervolgens zijn we ingecheckt. We hebben een tijdje in de kleine vertrekhal gezeten tot onze vlucht werd omgeroepen. Onder begeleiding van een beambte liepen
we naar het toestel waarna we na controle op de naam in konden stappen. Vrij snel daarna vertrokken we voor de 11/2 uur durende vlucht naar Zanzibar. Vanuit het vliegtuig konden we goed de hoogste berg van Afrika,
de besneeuwde Kilimanjaro, zien liggen.
Buiten het vliegveld van Zanzibar werden we opgewacht door een chauffeur die ons in een uur naar het Ocean Paradise Resort & Spa bracht aan de noord-oost kust van het eiland waar we de laatste dagen van de vakantie zullen doorbrengen.
Verspreid over het terrein van het resort staan diverse chalets waarvan wij er één vlakbij het strand hadden met zicht op de Indische Oceaan. We zaten hier op basis van half pension en iedere avond had het diner een
ander thema en op een klein eilandje in het zwembad speelde iedere avond een bandje.
Specerijen plantage
We waren drie hele dagen op Zanzibar, de eerste dag hebben we een bezoek gebracht aan Stone Town, het oude centrum van de hoofdstad van het eiland. Onderweg daarheen zijn we gestopt voor een bezoek aan de Maganga specerijen plantage.
Zanzibar is namelijk beroemd om zijn specerijen. Met een gids hebben we een wandeling over de plantage gemaakt waarbij uitleg werd gegeven over de diverse planten en vruchten, sommige konden we ook proeven. Overigens hadden
ze niet alleen kruiden en specerijen maar ook heel veel fruit zoals bananen, ananaa, jackfruit, enz. Na afloop van de interresante rondleiding hebben we ook nog het één en ander gekocht.
Stone Town
Na het bezoek aan de specerijen plantage was het nog een klein stukje rijden naar Stone Town, het oude gedeelte van Zanzibar-stad, de hoofdstad van Zanzibar. Met een gids hebben we een wandeling door een deel van
Stone Town gemaakt waarbij we soms moesten schuilen voor de regen die soms met bakken naar beneden kwam. Tot aan de 19ᵉ eeuw was Stone Town een belangrijk handelscentrum voor kruidnagels en de Arabische slavenhandel
en sinds 2000 staat het op de Werelderfgoedlijst. De oude stad is gebouwd op een driehoekig schiereiland aan een natuurlijke haven aan de westkant van het eiland. Het bestaat uit een wirwar van kleine, smalle straatjes
met huizen, winkels, bazaars, hamams en moskeeën. De architectuur is een combinatie van Arabische, Perzische, Indische en Europese invloeden.
Één van de bekendste inwoners van Stone Town was Farrokh Bulsara, beter bekend als Freddy Mercury, die hier op 5 september 1946 is geboren. De woning waar hij als kind heeft gewoond is nu een aan hem gewijd museum
wat we overigens niet hebben bezocht, alleen van buiten bekeken.
Zanzibar speelde in de 18ᵉ en 19ᵉ eeuw een centrale rol in de Oost-Afrikaanse slavenhandel. Het eiland, dat toen onder Arabisch, met name Omaans, bestuur stond, fungeerde als belangrijk handelscentrum waar slaven uit het
Afrikaanse binnenland werden samengebracht, vooral uit gebieden rond het huidige Tanzania, Mozambique en Congo. Vanuit Zanzibar werden jaarlijks tienduizenden mensen verkocht en verscheept naar het Midden-Oosten,
Perzië, India en de eilanden in de Indische Oceaan. Onder Britse druk werd de slavenhandel in 1873 officieel afgeschaft, maar de illegale handel bleef nog enkele jaren doorgaan.
In het slavernij museum is een reconstructie te zien van een kelder waarin de slaven soms langere tijd moesten verblijven voordat ze werden verkocht. De kelder lag onder zee niveau en soms kwam het water naar binnen en stonden de slaven tot hun middel in het water.
In het slavernij museum is een reconstructie te zien van een kelder waarin de slaven soms langere tijd moesten verblijven voordat ze werden verkocht. De kelder lag onder zee niveau en soms kwam het water naar binnen en stonden de slaven tot hun middel in het water.
De Anglicaanse Kathedraal van Christus is gebouwd van 1873 tot 1883 op de plek waar de grootste slavenmarkt was om de afschaffing van de slavernij te vieren. Het altaar staat op de plaats waar vroeger de boom stond waar
de slaven aan vast werden gebonden terwijl de kopers hun biedingen uitbrachten. De slaven werden geslagen en degene die het het langste uithield was klaarblijkelijk sterk en daar moest een hogere prijs voor worden betaald.
Prison Island
Zondag 31 augustus hebben we verder niets ondernomen, we hebben de hele dag bij het zwembad gezeten, wat gegeten en gedronken in de bar bij het zwembad en verder genoten van het mooie weer. Dat was een stuk beter dan de regenbuien
een dag eerder tijdens ons bezoek aan Stone Town.
De laatste dag van de vakantie zijn we naar Prison Island geweest, een eilandje voor de kust van Stone Town. Om 9 uur werden we opgehaald bij het hotel en zijn we weer naar Stone Town gereden. Vanuit Stone Town zijn we met
een klein bootje, samen met een gids en een stagiaire, naar het eiland gevaren. Het eiland, dat zo'n 5,6 km uit de kust ligt heeft vier namen:
- Changuu: dit is de officiële naam van het eiland
- Prison Island: op het eiland werden in het geniep slaven verborgen nadat de slavernij al was afgeschaft
- Tortoise Island: op het eiland bevindt zich een opvang voor reuzenschildpadden
- Quarantaine Station: hier werden een tijd lang reizigers die mogelijk besmet waren met gele koorts of cholera in quarantaine gehouden
Terugreis
Dinsdag 2 september was er 's ochtends een email dat de vlucht van Zanzibar naar Dar-es-Salaam was geannuleerd en we waren omgeboekt op een vlucht 1½ uur later. Omdat dat pas in de middag was hebben we na het inpakken
en uitchecken wat bij het zwembad gezeten. Om 15:30 werden we opgehaald om naar het vliegveld te worden gebracht. Onderweg kregen we ook bericht van KLM dat de vlucht naar Schiphol was vertraagd, bijna 3 uur.
We vertrekken nu om 2 uur 's nachts in plaats van om 23:15. Behalve de heenvlucht zijn alle vluchten de rest van de vakantie gewijzigd of vertraagd, oorpsronkelijk zouden we namelijk van Zanzibar via Nairobi naar Amsterdam vliegen.
Tegen 5 uur waren we op het vliegveld van Zanzibar en konden we gelukkig wel direct inchecken. Daarna nog zo'n 2 uur wachten in de kleine vertrekhal. Er was verder weinig te beleven op het vliegveld.
Om 19:10 werd de vlucht omgeroepen en dat we konden boarden. 5 minuten later zaten we in het vliegtuig. Deze was bijna leeg, misschien 10 passagiers. Nog eens 5 minuten later waren we in de lucht, 20 minuten eerder dan gepland, voor een 20 minuten durend hopje naar Dar-es-Salaam. Daar moesten we dus 6 uur wachten voor de vlucht naar Amsterdam. We hadden wel een voucher gekregen van KLM om eten van te kopen, maar dat was ook nog niet zo eenvoudig. Een terugreis met wat hindernissen dus. Even na 2 uur vertrokken we in de donkere nacht en namen we afscheid van Tanzania. Zo'n 9 uur later, om 10 uur Nederlandse tijd landden we op Schiphol.
Het einde van een schitterende rondreis van zo'n 2½ week door Tanzania waarbij we behalve de Big-5 nog een enorme hoeveelheid andere dieren hebben gezien!
Tegen 5 uur waren we op het vliegveld van Zanzibar en konden we gelukkig wel direct inchecken. Daarna nog zo'n 2 uur wachten in de kleine vertrekhal. Er was verder weinig te beleven op het vliegveld.
Om 19:10 werd de vlucht omgeroepen en dat we konden boarden. 5 minuten later zaten we in het vliegtuig. Deze was bijna leeg, misschien 10 passagiers. Nog eens 5 minuten later waren we in de lucht, 20 minuten eerder dan gepland, voor een 20 minuten durend hopje naar Dar-es-Salaam. Daar moesten we dus 6 uur wachten voor de vlucht naar Amsterdam. We hadden wel een voucher gekregen van KLM om eten van te kopen, maar dat was ook nog niet zo eenvoudig. Een terugreis met wat hindernissen dus. Even na 2 uur vertrokken we in de donkere nacht en namen we afscheid van Tanzania. Zo'n 9 uur later, om 10 uur Nederlandse tijd landden we op Schiphol.
Het einde van een schitterende rondreis van zo'n 2½ week door Tanzania waarbij we behalve de Big-5 nog een enorme hoeveelheid andere dieren hebben gezien!




