Vakantie Spaanse Pyreneeën 2021
Palacio de la Aljafería
Na twee nachten in Zaragoza hebben we onze reis vervolgd. Net buiten de stad ligt het Palacio de la Aljafería. Dit paleis, omgeven door een burcht, is gebouwd in
de 11e eeuw. Het lijkt op een verkleinde versie van het Alhambra in Granada. Tezamen met dit Alhambra en de Mezquita in Córdoba behoort het Aljafería tot
de belangrijkste bouwwerken van de Moorse architectuur. Tegenwoordig zetelt ook het regionale parlement van de autonome regio Aragón in het paleis.
Alquézar
Na het bezoek aan het paleis zijn we naar het noorden gereden naar onze volgende bestemming in de Pyreneeën. Onderweg daarheen een bezoek gebracht aan het dorp
Alquézar. Het ligt in een schitterende omgeving, de plaats is genoemd naar het moorse fort, Al-Qasr, waarvan de ruïnes nog steeds te zien zijn.
In Alquézar hebben we ook heerlijk geluncht bij Casa Pardina alvorens naar ons volgende hotel in Aínsa te gaan.
De afstand van Alquézar naar Aínsa is ongeveer 60 kilometer, maar door het bergachtige terrein hebben we daar zo'n anderhalf uur gedaan.
In Aínsa verbleven we vier nachten in een appartement in Apartamentos Dos Rios. Dit was onze eerste uitvalsbasis voor het verkennen van het centrale
deel van de Pyreneeën.
Rond de stuwmeren
Aínsa ligt aan het begin van een stuwmeer, het Embalse de Mediano, één van de grootste stuwmeren in Noord-Spanje. De eerste dag zijn we rond dit stuwmeer,
en het er ten zuiden van gelegen Embalse de El Grado, gereden. Deze twee meren zijn middels de rivier de Cinca met elkaar verbonden en daar ligt ook het kleine plaatsje
Ligüerre de Cinca. Deze Cinca rivier zullen we later in de reis nog een keer ontmoeten. Als eerste zijn we naar de de brug over de Cinca gereden tussen de twee stuwmeren.
Een mooie plek om wat schitterende foto's te maken van het blauwe water van de rivier en het Embalse de El Grado. Je kan hier ook wandelingen door de bergen maken.
Vanaf de brug is het maar een klein stukje rijden naar het pittoresk aan het stuwmeer gelegen Ligüerre de Cinca. Een heel klein plaatsje met een plein vanwaar je een
mooi zicht hebt over het stuwmeer en de omgeving. In Ligüerre de Cinca hebben we ook wat gedronken op een terras, in de schaduw omdat het erg warm weer was.
Vanuit Ligüerre de Cinca hebben we onze route rond de stuwmeren vervolgd. Op diverse plaatsen hebben we geprobeerd of we dicht bij het water konden komen, maar dat was
niet zo makkelijk. Aan de zuidkant van het Embalse de El Grado ziijn we naar het oosten gegaan. Er is geen normale weg direct aan de oostkant van de meren terug naar Aínsa,
die ligt verder oostwaarts. En omdat het pas vroeg in de middag was hebben we de route wat verder richting het oosten uitgebreid en zijn we naar Roda de Isábena gegaan.
Roda de Isábena ligt boven op een berg op bijna 900 meter hoogte. Het is een klein dorp maar vooral bekend omdat het de kleinste plaats in Spanje is met een
kathedraal, de Catedral de San Vicente de Roda de Isábena gebouwd in de 11e eeuw. Het is ook tevens de kleinste kathedraal van Spanje. Helaas was de kathedraal gesloten en hebben we hem niet
van binnen kunnen bekijken. We hebben wel een kort wandeling door het dorp gemaakt en geluncht op het pleintje bij de kathedraal. Vanuit Roda de Isábena is ook de
Turbón goed te zien. Deze 2492 meter hoge kale berg was vroeger een verblijfplaats voor rovers en er werden heksenvergaderingen gehouden.
Canfranc-Estación
De volgende dag zijn we eerst naar Torla gegaan en hebben daar het informatie centrum voor het nationaal park Ordesa y Monte Perdido bezocht en geïnformeerd naar een
wandeling in het park. Nadat we in Totla nog een koffie hadden gedronken zijn naar Canfranc-Estación gereden. Dit ligt tegen de grens met Frankrijk en hier was in
1928 een enorm groot internationaal trein station geopend. In de jaren 70 van de vorige eeuw raakte het in onbruik en in verval. Inmiddels wordt het station gerestaureerd
en omgevormd tot een hotel. Het weer deze dag was koud, fris en soms wat druilerig, compleet anders dan de vorige dagen.
Jaca
Vanuit Canfranc-Estación zijn we weer terug gereden naar het zuiden, naar de stad Jaca. Jaca is een van oorsprong Romeinse stad. In 1054 werd het de eerste hoofdstad
van het koninkrijk Aragón. Als snel daarna werd in Jaca de eerste romaanse kathedraal van Spanje gebouwd, de Catedral de San Pedro de Jaca. Na aankomst in Jaca
hebben we op een terras bij de kathedraal eerst geluncht, we waren al wat later dus we hadden maar een beperkte keus. Vervolgens hebben we een korte wandeling door de
stad gemaakt en vervolgens de hebben we de kathedraal bezocht.
Ordesa y Monte Perdido
Op 1 augustus, Arjans verjaardag, hebben we een wandeling gemaakt in het nationaal park Ordesa y Monte Perdido. Vanuit Aínsa zijn we eerste weer naar Torla gereden waar
we de auto hebben geparkeerd. In Torla zijn we met een bus naar het startpunt van de wandeling gegaan in de Valle de Ordesa omdat je daar niet zelf heen mag rijden.
Het weer was gelukkig weer een stuk opgeknapt, het was nog niet heel erg warm, maar door de blauwe luchten hadden we een goed zicht op de hoge bergen van de Pyreneeén.
Vandaar was het de bedoeling om naar een waterval, de Cola de Caballo (Paardenstaart) aan het einde van de vallei, te wandelen. Het was een schitterende wandeling, alhoewel je wel
veel tussen de bomen loopt en je niet altijd zicht hebt op de majestueuze bergen van de Pyreneeën. De wandeling loopt langs de Río Arazas, soms loop je vlak langs de
rivier, op andere momenten hoor je hem diep onder je stromen. Door het hoogteverschillen kom je tijdens de wandeling ook langs divere watervallen. Bij één van deze
watervallen hebben we op een grote rots onze meegbrachte lunch gegeten.
Ondanks dat het eenvoudig terrein is om te lopen, er is maar weinig hoogteverschil, begonnen we allebei toch al snel last van onze voeten te krijgen. De Cola de Caballo hebben we uiteindelijk dan ook niet gehaald. Zo'n 2 kilometer voor de waterval besloten we terug te keren omdat we ook nog terug moesten lopen naar waar we de wandeling waren begonnen. Daar weer aangekomen hebben we wat gedronken en vervolgens zijn we met de bus weer terug naar Torla gegaan en vandaar met de auto naar Aínsa.
Ondanks dat het eenvoudig terrein is om te lopen, er is maar weinig hoogteverschil, begonnen we allebei toch al snel last van onze voeten te krijgen. De Cola de Caballo hebben we uiteindelijk dan ook niet gehaald. Zo'n 2 kilometer voor de waterval besloten we terug te keren omdat we ook nog terug moesten lopen naar waar we de wandeling waren begonnen. Daar weer aangekomen hebben we wat gedronken en vervolgens zijn we met de bus weer terug naar Torla gegaan en vandaar met de auto naar Aínsa.
Aínsa
Maandag 2 augustus zijn we uit ons hotel in Aínsa vertrokken, we wilden langer blijven, maar we er waren geen kamers meer beschikbaar. We hadden dus nog drie
geboekt in een hotel niet ver bij Aínsa vandaan. Maar voordat we vertrokken hebben we eerst het oude gedeelte van Aínsa zelf bezocht. De oude stad ligt
heel strategisch boven op een rots. Er is een groot parkeerterrein en vandaar wandel je naar de oude stad. Als eerste kom je dan in het kasteel van Aínsa, wat
verder overigens niet veel voorstelt. Daarna is er een groot Plaza Mayor met aan beide zijden terrassen en winkels. Vervolgens dan de oude stad zelf, die op zich niet zo heel
erg groot is en waar je redelijk snel doorheen kunt wandelen. Nadat we op het Plaza Mayor nog wat hadden gedronken hebben we Aínsa achter ons gelaten.
Benasque
Vanuit Aínsa zijn we verder naar het noord-oosten gereden, naar Benasque. Tijdens deze rit kwamen we door de smalle Congosto de Ventamillo kloof, een spectaculaire
weg tussen hoge rotsen en de kolkende Ésera rivier. Er werd ook aan de weg gewerkt waardoor er diverse wegversmallingen waren. Helaas biedt de weg weinig plaatsen om
te stoppen om de indrukwekkende kloof te fotograferen.
In Benasque hebben we eerst op een pleintje wat gedronken voordat we het dorp verder hebben bekeken. Benasque is een leuke dorp met smalle straatjes waar je doorheen
kan dwalen. We wilden er ook nog ergens taart eten voor Arjans verjaardag, maar bij de enige pastelería die we konden vinden was het zo druk dat we door zijn gelopen.
Op het Plaza Mayor hebben we vervolgens wat geluncht.
Vanuit Benasque zijn we verder doorgereden naar het noorden naar de vallei van Benasque. Net voor de grens met Frankrijk eindigt daar ook ineens de weg, de A139.
Vervolgens zijn we teruggegaan en naar ons volgende hotel in Villanova gereden, Hotel Casa Arcas. Een leuk hotel met een goed restaurant en een erg vriendelijke gastvrouw.
De eerste avond hebben we echter niet in het hotel gegeten, maar we zijn naar een restaurant in Villanova gegaan.
Bielsa en Valle de Pineta
Dinsdag 3 augustus zijn we weer terug gereden naar het nationaal park Ordesa y Monte Perdido, maar nu naar de Valle de Pineta waar we een mooie wandeling hebben gemaakt.
Maar eerst zijn we naar Bielsa gegaan waar we op het Plaza Mayor koffie hebben gedronken alvorens verder de vallei in te rijden. Ook in Bielsa gekeken of ze gebak hadden,
nog steeds voor Arjans verjaardag, maar ook hier was niet veel te koop wat dat betreft.
Aan het einde van de vallei ligt de Circo Pineta met de Cascada del Cinca, daar hebben we de auto geparkeerd. Hier begint ook de Cinca rivier die bij Aínsa in het
stuwmeer stroomt. We zijn langs een gedeelte van de Cascadas de La Larri gewandeld, maar omdat we nog niet geheel hersteld waren van de wandeling van zondag zijn we niet
tot aan Los Llanos de La Larri gelopen. Helaas was het erg bewolkt waardoor de toppen van de bergen niet te zien waren.
Na de wandeling hebben we eerst nog wat gegeten en gedronken bij het restaurant bij de parkeerplaats. Vervolgens zijn de de vallei weer uit gereden terug richting Aínsa.
Maar eerst hebben we nog een afslag genomen en zijn de Valle de Gistau ingereden. Zo'n beetje aan het einde van de weg en de vallei ligt Plan. Daar zijn we gestopt en even bij de
Tourist Info binnengelopen en bij een café hebben we nog wat gedronken alvorens via Aínsa terug te rijden naar Villanova. Hemelsbreed liggen Plan en Villanova vlak
bij elkaar, 11 km, maar er liggen hoge bergen tussen, dus je moet een aardig eind omrijden om vanuit Plan in Villanova te komen, dan is het zo'n 90 km.



