Vakantie Spaanse Pyreneeën 2021
Strijen - Niort - San Sebastián
Maandag 19 juli zijn 's ochtends vroeg al vertrokken voor een vakantie van 3 1/2 week naar het noord-oosten van Spanje. Omdat we geen zin hadden in
een hele dag doorjakkeren door Frankrijk hadden we een overnachting geboekt in een doorreis hotel in de buurt van Niort, Hôtel SO'LODGE Niort A83.
Een redelijk hotel waar we 's avonds ook hebben gegeten.
De volgende dag zijn we na het ontbijt weer vertrokken richting Spanje. Bij Bordeaux bezorgden files ons behoorlijk wat oponthoud. Maar dat was ook
het enige, verder verliep de reis door het zuiden van Frankrijk voorspoedig. Rond half vier in de middag passeerden we de grans tussen Frankrijk en
Spanje en reden we Baskenland in. Daar San Sebastián niet ver van de grens ligt duurde het nog slechts zo'n 20 minuten tot we voor de deur
van ons verblijf stonden, Pension Joakina aan de rand van de oude stad van San Sebastián. Luis, de eigenaar, verwelkomde ons en hielp
om de bagage naar de kamer te brengen. Vervolgens heeft Arjan de auto in een nabij gelegen parkeergarage gestald. We hadden een ruime kamer en het
pension heeft ook een ruimte waar je 's ochtends kan ontbijten. Dit wel zelf regelen, maar er is wel een grote koelkast met voor iedere kamer
een plank en verder zijn er een magnetron, koffie apparaat en toaster.
San Sebastián
San Sebastián, Donostia in het Baskisch, was een eeuw geleden het populairste vakantieoord van het land. De stad ligt gevouwen rond een baai,
La Concha, het Spaanse woord voor schelp naar de vorm van de baai. Vanaf het pension is het slechts een paar minuten lopen naar de boulevard die
langs de baai loopt. Vervolgens zijn we langs de baai rondom de Monte Urgell gewandeld en aan de oostkant daarvan de oude stad ingegaan.
Op het centrale plein, Plaza de la Constitución, hebben we wat gedronken want opvallend genoeg waren er langs de baai erg weinig terassen
om even te zitten en wat te gaan drinken.
Eén van de dingen waar San Sebastián om bekend is zijn de pintxos. Je kan het vergelijken met de tapas in de rest van Spanje alleen zijn
de pintxos ware culinaire kunstwerkjes. Vaak een stukje strokbrood belegd met bv salade, garnalen, ham, enz. In een pintxos bar liggen ze vaak op de
toonbank en kan je aanwijzen welke je wil eten. De pintxos was ook één van de redenen om nog een keer een bezoek aan San Sebastián
te brengen, tijdens onze vakantie naar Noord-Spanje in 2014 hadden we deze stad namelijk ook al bezocht. Ook in de rest van
Baskenland en Navarra kun je ze krijgen, maar San Sebastián is toch wel de hoofdstad van de pintxos.
We hadden één hele dag om de stad te bezoeken waarop het weer overigens niet heel geweldig was. Het was zwaar bewolkt, maar het is wel droog gebleven.
Onder andere hebben we de oudste kerk van de stad bekeken, de Iglesia de San Vicente. Deze kerk is gebouwd in de 16e eeuw. Vervolgens verder door de stad gewandeld
en hebben we op één van de terrasjes op het Plaza de la Constitución wat gedronken.
Vervolgens zijn we naar de Monte Urgell gewandeld die we vervolgens hebben beklommen. Op de berg staat het fort Santa Cruz de la Mota en op top staat een de kapel
met een enorm Christusbeeld, de Sagrado Corazón. Over de berg lopen talloze wandelpaden dus je kan kiezen uit diverse paden om naar boven en weer naar
beneden te gaan. Aan de westkant van de berg bevindt zich een terrasje waar we wat hebben gegeten en gedronken en vanwaar je een mooi uitzicht hebt over de baai en
het in de baai gelegen eilandje Santa Clara.
Toen we eenmaal weer beneden waren hebben we nog een korte rondvaart door de baai rond het Isla de Santa Clara gemaakt. Hierbij zie je de stad toch weer van een ander kant.
Hierbij zijn we ook langs één van de bekende attracties van San Sebastián gevaren, het kunstwerk Peine del Viento, Kam van de Wind. Het bestaat uit drie
stalen sculpturen die in de rotsen zijn geplaatst. De volgende dag, voor het vervolg van onze reis, zijn we eerst nog even naar dit kunstwerk gereden om het vanaf land
van dichtbij te kunnen bekijken.
Santuario de Loyola
Na twee nachten in San Sebastián zijn we verder getrokken op onze road-trip door het Noordoosten van Spanje. Het weer was niet zo best, zwaar bewolkt en regen.
Eerst, zoals hierboven vermeld, het verregendfe kunstwerk Peine del Viento bekeken en vervolgens hebben we de stad verlaten en zijn we naar het zuiden gereden. Onze
volgende bestemming was de stad Estella. Onderweg daarheen hebben we nog een bezoek gebracht aan het Santuario de Loyola in Azpeitia. Toen we daar aankwamen, een
uurtje nadat we uit San Sebastián waren vertrokken, hadden de grijze lucht en regen plaatsgemaakt voor een strakblauwe hemel en een aangename temperatuur.
Ignatius van Loyola werd in 1491 geboren in het kasteel van de familie Loyola. In 1521 raakte hij ernstig gewond bij de verdediging van Pamplona. Bij zijn terugkeer
in het kasteel bekeerde hij zich tot het christendom en stichte hij de jezuïtenorde. Meer dan een eeuw na zijn dood werd er rond het kasteel een kloostercomplex
gebouwd. Het geboortehuis van Ignatius werd er een onderdeel van. De kerk met zijn enorme koepel, sinds 1921 een basiliek, is in 1738 ingewijd.
Lizaragga
Nadat we nog wat hadden gedronken bij een café vlakbij het klooster hebben we onze weg vervolgd. Hoe verder we naar het zuiden reden hoe warmer het werd buiten.
Op onze weg naar Estella kwamen we vervolgens ook door Etxarri-Aranatz, de plaats van onze eerste camping tijdens onze vakantie in 2014. We zijn er niet gestopt maar
doorgereden naar de Lizaragga pas waar we zijn gestopt om bij een klein restaurant, La Borda Del Tunel De Lizarraga, te lunchen. We hebben de auto onder een boom geparkeerd
want de temperatuur was inmiddels de 30 graden gepasseerd. Na het eten hebben we nog wat gewandeld, maar al snel zijn we naar de auto gegaan voor de laatste kilometers
naar Estella.
Estella
Rond een uur of vijf kwamen we aan in het snikhete Estella waar we vijf nachten geboekt hadden in Apartamentos Gebala. Het apartementencomplex ligt in het centrum van de
stad aan het centrale plein, het Plaza de los Fueros. Omdat het plein 's middags niet toegankelijk is voor auto's hebben we die zo dicht mogelijk in de buurt van het
apartement geparkeerd. We moesten echter wel een paar keer lopen om al onze bagage in het apartement te krijgen. Van de eigenaresse hadden we van te voren al de
toegangscode voor de centrale deur en de plaats van de sleutel van het appartement doorgekregen. Het appartement had helaas geen airco, er was gelukkig wel een
ventilator die we 's nachts op een stoel voor het bed zetten voor een koel briesje.
Rond het Plaza de los Fueros zijn diverse terrasjes en restaurants waar we ook een aantal maal hebben gegeten en gedronken. In de muziektent op het plein werd in het
weekend 's avonds door de lokale drumband gespeeld.
Zoals eerder vermeld hadden we vijf nachten geboekt in het appartement in Estella. In de vier dagen die we daar waren hebben we Estella als uitvalsbasis gebruikt voor
het verkennen van Baskenland en Navarra.
Valle de Roncal en Valle de Salazar
De eerste dag zijn naar het oosten gegaan, naar de Navarrese Pyreneeën die het meest westelijke deel van de Pyreneeën vormen. Als eerste zijn we naar de
Valle de Roncal gereden om het dorp Roncal te bezoeken. We hebben hier wat door de oude smalle straatjes gewandeld en bij een restaurantje langs de weg hebben we
wat gedronken.
Na wat te hebben gedronken in Roncal zijn we naar de Ochagavía gereden in de Valle de Salazar. Dit dorp ligt aan beide zijden van de Anduña rivier en het
is vooral bekend om zijn zes stenen bruggen over de rivier. Bij een restaurantje aan het Plaza Obispo hebben we simpel geluncht, er was geen divers aanbod van eten.
Omdat 's ochtends vrij laat waren vertrokken uit Estella en het toch zo'n 125 km is naar Roncal hebben we verder niet veel meer gedaan die dag. Vanuit Ochagavía
zijn we terug gereden naar Estella waar we op een terras bij het busstation aan het Plaza Coronación hebben gegeten.
Vitoria-Gasteiz
De 2e dag zijn we vanuit Estella naar Vitoria-Gasteiz gegaan. Dit is de hoofdstad van Baskenland. De officiëe naam van de stad is een samentrekking van de Spaanse
en de Baskische naam. De stad is bekend van het boek 'El silencio de la ciudad blanca', 'De stilte van de witte stad' van Eva García Sáenz de Urturi
dat ook is verfilmd. De stad ligt zo'n 70 km verwijderd van Estella en nadat we de auto hadden geparkeerd hebben we eerst op Plaza de España wat gedronken.
Naast dit plein ligt een ander groot plein, het Plaza de la Virgen Blanca met zijn terrasjes en huizen met grote glazen balkons. Het plein is vernoemd naar de De
Witte Maagd, patroonheilige van de stad. Op het plein staat verder een groot monument dat de slag om Vitoria in 1813 gedenkt. Aan het einde staat de Iglesia de
San Miguel die is gewijd aan de Witte Maagd. De kerk is gebouwd tussen de 14e en de 16e eeuw, hij was helaas gesloten toen wij er waren. Voor de kerk staat
een beeld van Celedón, een traditioneel figuur die op 4 augustus de festiviteiten ter ere van de Witte Maagd inluidt.
Behalve de twee centrale pleinen en hun omgeving is er nog meer te zien. De stad heeft twee kathedralen, de oude kathedraal, Catedral de Santa Maria uit de 13e eeuw,
en de nieuwe kathedraal uit de 19e eeuw, Catedral de Maria Inmaculada. De oude was helaas ook gesloten in verband met werkzaamheden. De nieuwe kathedraal hebben was wel
open, maar die vonden we niet erg interresant. Verder hebben we door de rest van de oude binnenstad gewandeld en aan het einde van de middag zijn we terug gereden
naar Estella.
Rioja
Estella ligt aan de rand van de Rioja, een bekende wijnstreek in Spanje. We hebben een hele dag door deze streek gereden. Onze eerste bezoek was aan het wijnhuis
Ysios bij de plaats Laguardia. Het opvallende gebouw met het golvende dak is ontworpen door de beroemde architect Santiago Calatrava. Helaas was er
geen rondleiding mogelijk toen wij er waren en ook de winkel was gesloten. We hebben het dus alleen van buiten gezien en we hebben een korte wandeling langs de
wijnranken gemaakt. Bij de wijnranken staan op meerdere plaatsen rozenstruiken. Deze staan er om de wijnboer te waarschuwen voor schimmels en ziektes die de wijnranken
zouden kunnen aantasten. Een rozenstruik wordt namelijk ook door dezelfde schimmel aangetast en de wijnboer kan dan maatregelen nemen om schade te voorkomen.
Tegenover de Bodegas Ysios ligt het nog vrij nieuwe gebouw van Bodegas Javier San Pedro Ortega, geopend in 2018. Ook hier was geen rondleiding mogelijk, maar de winkel was wel open.
Hier hebben we wijn geproefd en ook wat flessen gekocht.
Niet ver van beide bodegas verwijderd ligt de dolmen La Chabola de la Hechicera, de Heksenhut. Deze dolmen speelt ook een rol in het boek 'El silencio de la ciudad blanca'.
De dolmen ligt bij het dorpje Elvillar en is omgeven door wijngaarden. In deze streek zijn overigens vele dolmen te vinden.
Niet ver van beide bodegas verwijderd ligt de dolmen La Chabola de la Hechicera, de Heksenhut. Deze dolmen speelt ook een rol in het boek 'El silencio de la ciudad blanca'.
De dolmen ligt bij het dorpje Elvillar en is omgeven door wijngaarden. In deze streek zijn overigens vele dolmen te vinden.
Vervolgens zijn we eind naar het westen gereden, naar Haro. De kalkrijke grond rond Haro brengt de kenmerkende volle Rioja wijnen voort en je vindt er de bodega
Viña Tondonia met zijn futuristische paviljoen. Ook deze was gesloten, maar je kan er sowieso geen rondleiding krijgen, als ze geopend zijn kun je er alleen wijn kopen.
De volgende stop was in San Vicente de la Sonsierra waar hoog op een heuvel boven het dorp een kasteel en een kerk liggen. Op het gezellig drukke Plaza Mayor is een
fraaie fontein te vinden. We wilden op het plein ook lunchen, maar het was er zo druk dat we geen plekje konden vinden. Dus dat hebben we uitgesteld tot een volgende
plaats. Verder heeft San Vicente de la Sonsierra ook nog een oude Romeinse brug over de Ebro. De rivier die door de wijngaarden van de Rioja slingert.
Uiteindelijk hebben we een erg late lunch gehad in Elciego bij de bekende Bodegas Marqués De Riscal. De lunch duurde ook vrij lang, het was meer een diner, we hebben er
uiteraard een glas witte wijn van de bodega bij gedronken. Na de lunch zijn we ook nog even door de winkel van de bodega gelopen. Maar alles was hier vrij duur en we
hebben er niets gekocht. De Bodegas Marqués De Riscal is gevestigd in een erg futuristisch gebouw dat is ontworpen door Frank Gehry. Toen we er weer vertrokken
zijn we nog even door de wijngaarden op de heuvels bij de bodega gereden om een mooi plaatje van het futuristische dak van de bodega te maken.
De laatste plaats op onze rondrit door de Rioja was Navarette. In de Calle Mayor zijn diverse huizen te vinden met fraaie wapenschilden boven de deur. De Iglesia
de la Asunción uit de 16e eeuw heeft een renaissance voorgevel. Bij een bar op een terras voor de kerk hebben we nog wat gedronken alvorens we zijn teruggereden
naar Estella.
Puente la Reina
De laatste dag in Estella hebben we een bezoek gebracht aan Puente la Reina en Pamplona. Als eerste zijn we naar Puente la Reina gegaan. Deze plaats is vooral bekend
om zijn Romeinse boogbrug uit de 11e eeuw. De brug is gebouwd door koningin Muniadona van Castilië voor de pelgrims naar Santiago de Compostella. Hieraan dankt
de plaats ook zijn naam.
Behalve de brug is er in Puente la Reina ook nog een kerk uit de 13e eeuw te vinden, de Iglesia del Crucifijo. In deze kerk hangt een uit één stuk hout
gesneden Y-vormige crucifix. Deze kerk zou zogenaamd door de Tempelridders zijn gebouwd. Naast de brug en deze kerk is er in het dorp weinig meer te bekijken. We hebben
er nog wel wat gedronken op een terrasje en vervolgens zijn we in een half uur naar Pamplona gereden.
Pamplona
Pamplona is wereldwijd bekend om het San Fermín festival. Tijdens dit festijn ter van de patroonheilige van Navarra van 6 tot 14 juli vindt dagelijks vanaf de 2e dag de
encierro plaats. Hierbij rennen jonge mannen, wellicht ook vrouwen, door de oude stad van Pamplona over een afstand van 840 meter en daarbij worden ze achtervolgt door
stieren. Het stierenrennen eindigt in de arena van de stad waar vervolgens stierenvechten plaatsvinden en de stieren worden gedood. Overigens is Pamplona niet de enige plaats
waar dergelijke stierenrennen plaatsvinden, maar het is wel de bekendste. Mede dankzij een boek van Ernest Hemingway die in de jaren 20 van de vorige eeuw Pamplona heeft
bezocht en ook met de encierro heeft meegedaan.
In Pamplona hebben we de auto geparkeerd in een garage bij de arena en vandaar zijn we naar het centrale plein, het Plaza del Castillo, gewandeld. Onderweg kwamen we in de
Avenida Roncesvalles het enorme monument voor de Encierro tegen. Dit beeld toont de mannen achtervolgt door de stieren en laat ook de gevaren ervan zien. Want ieder jaar
vallen er vele gewonden tijdens de stierenrennen en soms zijn er ook doden te betreuren.
Aan het Plaza del Castillo staan ook Café Iruña en Hotel Perla, twee plaatsen waar ook Ernest Hemingway vaak verbleef. Café Iruña is overigens
het oudste café van de stad, gesticht in 1888.
Vervolgens hebben we een aantal uren door de stad gewandeld aan de hand van een wandeling die we bij de Tourist Info hadden gekregen. De Tourist Info zit vlak naast
het imposante stadhuis van Pamplona. Ook staat nog een deel van de oude stadsmuren overeind en ook de enorme citadel van Pamplona hebben we bezocht.
De citadel van Pamplona is één van de best bewaarde renaissance forten van Spanje, gebouwd in de 16e en 17e eeuw. Maar in de eeuwen daarna zijn er
nog regematig aanpassingen aan het fort gedaan. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog zijn hier 100-en mensene gefussileerd. Sinds 1964 heeft het geen militaire functie meer
en is het een park.
Na nog een laatste blik op de arena van Pamplona hebben we in de buurt daarvan gegeten en vervolgens zijn we terug gereden naar Estella voor de laatste nacht daar.
Artajona en Olite
Dinsdag 27 juli hebben we Estella weer verlaten om verder naar het oosten te gaan. In de ochtend is het plein waaraan ons appartament lag toegankelijk voor auto's van de
leverancies voor de bedrijven aan het plein. Dus we konden ook onze auto op het plein parkeren om de bagage in te laden. De stad Zaragoza was ons volgende doel, we zijn er
echter niet in één keer heen gereden, we hebben nog diverse stops gemaakt onderweg. De eerste was in Artajona. Artajona is de enige plaats in Navarra met nog
bijna volledig intacte stadsmuren uit de 13e eeuw. In het ommuurde deel van Artajona staat de Iglesia Fortaleza de San Saturino. De sleutel is te verkrijgen bij de Tourist
Info tegenover de kerk. De toren van deze kerk kan worden beklommen en je kan over het dak lopen vanwaar je een mooi uitzicht hebt over de omgeving van Artajona.
Het dak, wat lijkt op de huid van een krokodil, dient ook om regenwater op te vangen en af te voeren naar een opslag onder de kerk zodat de bevolking in tijden van
belegering toch drinkwater had.
Niet ver van Artajona ligt Olite. Onderweg daarheen zijn we ook nog gestopt in Tafalla, maar daar hebben we alleen maar wat gedronken. In Olite staat het in de
15e eeuw gebouwde Palacio Real. Hier verbleven de vorsten van Navarra. Het paleis hebben we verder niet bezocht omdat we nog meer op het programma hadden staan voor
deze dag. In Olite hebben we geluncht met zicht op het paleis waarna we het mooi bewerkte voorportaal van de Iglesia de Santa María La Real hebben bekeken en
een wandeling rondom het schitterende paleis hebben gemaakt.
Bárdenas Reales
Op ruim een uur rijden van Olite ligt de Bárdenas Reales, een buitenaards lijkend natuurpark met ge-erodeerde kliffen. Er is ook een informatiecentrum wat open ging
toen wij er aan kwamen. Vervolgens hebben we een rondrit van meer dan een uur gemaakt over de onverharde wegen door deze gortdroge woestijn.
Zaragoza
Na de rondrit door de Bárdenas Reales zijn we in één ruk naar Zaragoza gereden, de op vier na grootste stad van Spanje. De stad ligt een stuk zuidelijker
en het was er dan ook erg warm. We hadden een appartement geboekt niet ver van het Plaza del Pilar. Dit centrale plein van de stad is met zijn lengte van 1500 meter
één van de grootste pleinen van Europa. Aan dit plein staat ook de enorme Basílica de Nuestra Señora del Pilar.
Op de plaats van deze kathedraal hebben in het verleden meerdere kerken gestaan. De kerk vereert Maria als Nuestra Señora del Pilar. De apostel Jakobus zou op deze plaats
aan de rivier de Ebro een Maria verschijning hebben gehad waarbij ze hem vroeg om op deze plaats een kerk te bouwen en hem ook een pilaar van jaspis gaf voor het altaar van de kerk.
Deze door Jakobus gebouwde kerk bestaat al lang niet meer, daarna zijn er nieuwe gebouwd op dezelfde plaats en de bouw van de huidige kathedraal is begonnen in 1681.
Aan het plein staat behalve de basiliek ook het stadhuis en de zijdebeurs. Aan de westzijde van het plein staat de Fuente de la Hispanidad, de Fontein van de Hispaniteit.
Deze in 1991 gebouwde fontein in de vorm van Zuid-Amerika eert de hispaniteit, de gemeenschap die bestaat uit alle volkeren en landen die een gemeenschappelijk Spaans
erfgoed, cultuur en taal delen.
Aan de oostzijde van het plein, aan het Plaza de la Seo, staat de kathedraal van Zaragoza, La Seo de Salvador. Deze kathedraal staat op de plaats waar eerst een moskee stond.
Na noodzakelijke renovaties is deze in 1121 ingewijd als kerk. In 1140 is deze kerk afgebroken en werd begonnen met de bouw van de kathedraal. In de loop der eeuwen is
de kathedraal diverse malen verbouwd en uitgebreid. Bijzonder aan de kathedraal is de in Mudéjar stijl gebouwde buitenmuur van de Parroquieta kapel.
Zaragoza was in de 1e eeuw v.Chr een Romeinse kolonie en heette toen Caesarea Augusta, genoemd naar de toen heersende keizer. In de stad kun je nog diverse overblijfselen
uit de tijd vinden. Het Museo de Teatro de Ceasaraugusta is wel het grootste. Het is gebouwd in de 1e eeuw n.Chr en er konden zo'n 6000 toeschouwers in plaatsnemen. Met
zijn oppervlakte van 7000 m2 was het één van de grootste Romeinse theaters in Spanje.
Palacio de la Aljafería
Na twee nachten in Zaragoza hebben we onze reis vervolgd. Net buiten de stad ligt het Palacio de la Aljafería. Dit paleis, omgeven door een burcht, is gebouwd in
de 11e eeuw. Het lijkt op een verkleinde versie van het Alhambra in Granada. Tezamen met dit Alhambra en de Mezquita in Córdoba behoort het Aljafería tot
de belangrijkste bouwwerken van de Moorse architectuur. Tegenwoordig zetelt ook het regionale parlement van de autonome regio Aragón in het paleis.
Alquézar
Na het bezoek aan het paleis zijn we naar het noorden gereden naar onze volgende bestemming in de Pyreneeën. Onderweg daarheen een bezoek gebracht aan het dorp
Alquézar. Het ligt in een schitterende omgeving, de plaats is genoemd naar het moorse fort, Al-Qasr, waarvan de ruïnes nog steeds te zien zijn.
In Alquézar hebben we ook heerlijk geluncht bij Casa Pardina alvorens naar ons volgende hotel in Aínsa te gaan.
De afstand van Alquézar naar Aínsa is ongeveer 60 kilometer, maar door het bergachtige terrein hebben we daar zo'n anderhalf uur gedaan.
In Aínsa verbleven we vier nachten in een appartement in Apartamentos Dos Rios. Dit was onze eerste uitvalsbasis voor het verkennen van het centrale
deel van de Pyreneeën.
Rond de stuwmeren
Aínsa ligt aan het begin van een stuwmeer, het Embalse de Mediano, één van de grootste stuwmeren in Noord-Spanje. De eerste dag zijn we rond dit stuwmeer,
en het er ten zuiden van gelegen Embalse de El Grado, gereden. Deze twee meren zijn middels de rivier de Cinca met elkaar verbonden en daar ligt ook het kleine plaatsje
Ligüerre de Cinca. Deze Cinca rivier zullen we later in de reis nog een keer ontmoeten. Als eerste zijn we naar de de brug over de Cinca gereden tussen de twee stuwmeren.
Een mooie plek om wat schitterende foto's te maken van het blauwe water van de rivier en het Embalse de El Grado. Je kan hier ook wandelingen door de bergen maken.
Vanaf de brug is het maar een klein stukje rijden naar het pittoresk aan het stuwmeer gelegen Ligüerre de Cinca. Een heel klein plaatsje met een plein vanwaar je een
mooi zicht hebt over het stuwmeer en de omgeving. In Ligüerre de Cinca hebben we ook wat gedronken op een terras, in de schaduw omdat het erg warm weer was.
Vanuit Ligüerre de Cinca hebben we onze route rond de stuwmeren vervolgd. Op diverse plaatsen hebben we geprobeerd of we dicht bij het water konden komen, maar dat was
niet zo makkelijk. Aan de zuidkant van het Embalse de El Grado ziijn we naar het oosten gegaan. Er is geen normale weg direct aan de oostkant van de meren terug naar Aínsa,
die ligt verder oostwaarts. En omdat het pas vroeg in de middag was hebben we de route wat verder richting het oosten uitgebreid en zijn we naar Roda de Isábena gegaan.
Roda de Isábena ligt boven op een berg op bijna 900 meter hoogte. Het is een klein dorp maar vooral bekend omdat het de kleinste plaats in Spanje is met een
kathedraal, de Catedral de San Vicente de Roda de Isábena gebouwd in de 11e eeuw. Het is ook tevens de kleinste kathedraal van Spanje. Helaas was de kathedraal gesloten en hebben we hem niet
van binnen kunnen bekijken. We hebben wel een kort wandeling door het dorp gemaakt en geluncht op het pleintje bij de kathedraal. Vanuit Roda de Isábena is ook de
Turbón goed te zien. Deze 2492 meter hoge kale berg was vroeger een verblijfplaats voor rovers en er werden heksenvergaderingen gehouden.
Canfranc-Estación
De volgende dag zijn we eerst naar Torla gegaan en hebben daar het informatie centrum voor het nationaal park Ordesa y Monte Perdido bezocht en geïnformeerd naar een
wandeling in het park. Nadat we in Totla nog een koffie hadden gedronken zijn naar Canfranc-Estación gereden. Dit ligt tegen de grens met Frankrijk en hier was in
1928 een enorm groot internationaal trein station geopend. In de jaren 70 van de vorige eeuw raakte het in onbruik en in verval. Inmiddels wordt het station gerestaureerd
en omgevormd tot een hotel. Het weer deze dag was koud, fris en soms wat druilerig, compleet anders dan de vorige dagen.
Jaca
Vanuit Canfranc-Estación zijn we weer terug gereden naar het zuiden, naar de stad Jaca. Jaca is een van oorsprong Romeinse stad. In 1054 werd het de eerste hoofdstad
van het koninkrijk Aragón. Als snel daarna werd in Jaca de eerste romaanse kathedraal van Spanje gebouwd, de Catedral de San Pedro de Jaca. Na aankomst in Jaca
hebben we op een terras bij de kathedraal eerst geluncht, we waren al wat later dus we hadden maar een beperkte keus. Vervolgens hebben we een korte wandeling door de
stad gemaakt en vervolgens de hebben we de kathedraal bezocht.
Ordesa y Monte Perdido
Op 1 augustus, Arjans verjaardag, hebben we een wandeling gemaakt in het nationaal park Ordesa y Monte Perdido. Vanuit Aínsa zijn we eerste weer naar Torla gereden waar
we de auto hebben geparkeerd. In Torla zijn we met een bus naar het startpunt van de wandeling gegaan in de Valle de Ordesa omdat je daar niet zelf heen mag rijden.
Het weer was gelukkig weer een stuk opgeknapt, het was nog niet heel erg warm, maar door de blauwe luchten hadden we een goed zicht op de hoge bergen van de Pyreneeén.
Vandaar was het de bedoeling om naar een waterval, de Cola de Caballo (Paardenstaart) aan het einde van de vallei, te wandelen. Het was een schitterende wandeling, alhoewel je wel
veel tussen de bomen loopt en je niet altijd zicht hebt op de majestueuze bergen van de Pyreneeën. De wandeling loopt langs de Río Arazas, soms loop je vlak langs de
rivier, op andere momenten hoor je hem diep onder je stromen. Door het hoogteverschillen kom je tijdens de wandeling ook langs divere watervallen. Bij één van deze
watervallen hebben we op een grote rots onze meegbrachte lunch gegeten.
Ondanks dat het eenvoudig terrein is om te lopen, er is maar weinig hoogteverschil, begonnen we allebei toch al snel last van onze voeten te krijgen. De Cola de Caballo hebben we uiteindelijk dan ook niet gehaald. Zo'n 2 kilometer voor de waterval besloten we terug te keren omdat we ook nog terug moesten lopen naar waar we de wandeling waren begonnen. Daar weer aangekomen hebben we wat gedronken en vervolgens zijn we met de bus weer terug naar Torla gegaan en vandaar met de auto naar Aínsa.
Ondanks dat het eenvoudig terrein is om te lopen, er is maar weinig hoogteverschil, begonnen we allebei toch al snel last van onze voeten te krijgen. De Cola de Caballo hebben we uiteindelijk dan ook niet gehaald. Zo'n 2 kilometer voor de waterval besloten we terug te keren omdat we ook nog terug moesten lopen naar waar we de wandeling waren begonnen. Daar weer aangekomen hebben we wat gedronken en vervolgens zijn we met de bus weer terug naar Torla gegaan en vandaar met de auto naar Aínsa.
Aínsa
Maandag 2 augustus zijn we uit ons hotel in Aínsa vertrokken, we wilden langer blijven, maar we er waren geen kamers meer beschikbaar. We hadden dus nog drie
geboekt in een hotel niet ver bij Aínsa vandaan. Maar voordat we vertrokken hebben we eerst het oude gedeelte van Aínsa zelf bezocht. De oude stad ligt
heel strategisch boven op een rots. Er is een groot parkeerterrein en vandaar wandel je naar de oude stad. Als eerste kom je dan in het kasteel van Aínsa, wat
verder overigens niet veel voorstelt. Daarna is er een groot Plaza Mayor met aan beide zijden terrassen en winkels. Vervolgens dan de oude stad zelf, die op zich niet zo heel
erg groot is en waar je redelijk snel doorheen kunt wandelen. Nadat we op het Plaza Mayor nog wat hadden gedronken hebben we Aínsa achter ons gelaten.
Benasque
Vanuit Aínsa zijn we verder naar het noord-oosten gereden, naar Benasque. Tijdens deze rit kwamen we door de smalle Congosto de Ventamillo kloof, een spectaculaire
weg tussen hoge rotsen en de kolkende Ésera rivier. Er werd ook aan de weg gewerkt waardoor er diverse wegversmallingen waren. Helaas biedt de weg weinig plaatsen om
te stoppen om de indrukwekkende kloof te fotograferen.
In Benasque hebben we eerst op een pleintje wat gedronken voordat we het dorp verder hebben bekeken. Benasque is een leuke dorp met smalle straatjes waar je doorheen
kan dwalen. We wilden er ook nog ergens taart eten voor Arjans verjaardag, maar bij de enige pastelería die we konden vinden was het zo druk dat we door zijn gelopen.
Op het Plaza Mayor hebben we vervolgens wat geluncht.
Vanuit Benasque zijn we verder doorgereden naar het noorden naar de vallei van Benasque. Net voor de grens met Frankrijk eindigt daar ook ineens de weg, de A139.
Vervolgens zijn we teruggegaan en naar ons volgende hotel in Villanova gereden, Hotel Casa Arcas. Een leuk hotel met een goed restaurant en een erg vriendelijke gastvrouw.
De eerste avond hebben we echter niet in het hotel gegeten, maar we zijn naar een restaurant in Villanova gegaan.
Bielsa en Valle de Pineta
Dinsdag 3 augustus zijn we weer terug gereden naar het nationaal park Ordesa y Monte Perdido, maar nu naar de Valle de Pineta waar we een mooie wandeling hebben gemaakt.
Maar eerst zijn we naar Bielsa gegaan waar we op het Plaza Mayor koffie hebben gedronken alvorens verder de vallei in te rijden. Ook in Bielsa gekeken of ze gebak hadden,
nog steeds voor Arjans verjaardag, maar ook hier was niet veel te koop wat dat betreft.
Aan het einde van de vallei ligt de Circo Pineta met de Cascada del Cinca, daar hebben we de auto geparkeerd. Hier begint ook de Cinca rivier die bij Aínsa in het
stuwmeer stroomt. We zijn langs een gedeelte van de Cascadas de La Larri gewandeld, maar omdat we nog niet geheel hersteld waren van de wandeling van zondag zijn we niet
tot aan Los Llanos de La Larri gelopen. Helaas was het erg bewolkt waardoor de toppen van de bergen niet te zien waren.
Na de wandeling hebben we eerst nog wat gegeten en gedronken bij het restaurant bij de parkeerplaats. Vervolgens zijn de de vallei weer uit gereden terug richting Aínsa.
Maar eerst hebben we nog een afslag genomen en zijn de Valle de Gistau ingereden. Zo'n beetje aan het einde van de weg en de vallei ligt Plan. Daar zijn we gestopt en even bij de
Tourist Info binnengelopen en bij een café hebben we nog wat gedronken alvorens via Aínsa terug te rijden naar Villanova. Hemelsbreed liggen Plan en Villanova vlak
bij elkaar, 11 km, maar er liggen hoge bergen tussen, dus je moet een aardig eind omrijden om vanuit Plan in Villanova te komen, dan is het zo'n 90 km.
Vall de Boí
De Vall de Boí is een kleine vallei die is bezaaid met kleine dorpjes. Deze dorpjes zijn gebouwd rond eeuwenoude Catelaans-romaanse kerkjes uit de 11e en 12e eeuw met
hun karakteristieke hoge klokkentorens. Tijdens de rit door de vallei hebben we diverse plaatsen en kerkjes bezocht. We zijn niet in overal in de kerkjes geweest, sommige
hebben we alleen van de buitenkant gezien. Of omdat het er erg druk was, of omdat ze (al) gesloten waren. Verder moet je voor een aantal van de kerkjes ook toegang betalen.
De volgende plaatsen en kerkjes hebben we bekeken:
- In Taüll de Iglesia Sant Climent
- In Boí de Iglesia Sant Joan
- In Erill-la-Val de Iglesia Santa Eulalia
- In Durro de Iglesia de la Natividad de la Madre de Dios
- In Cardet de Iglesia Santa María
Aan het einde van de vallei ligt een stuwmeer met stuwdam, de Estany de Cavallers. Via een kronkelige weg kun je de voet van de stuwdam bereiken vanwaar je een schitterend
zicht over de Vall de Boí hebt. Eventueel kun je ook nog naar de bovenkant van de dam klimmen, maar dat hebben wij niet gedaan.
Vall d'Aran
Na drie nachten in Villanova werd het tijd om verder naar het oosten te trekken op onze roadtrip door de Pyreneeën. Na nog een heerlijk ontbijt in het hotel zijn we
vertrokken. Eerst weer naar het, vervolgens het oost en daarna naar het noorden naar Vielha. Dit ligt in de Vall d'Aran, de vallei der valleien. Zowel Vall als Aran betekenen
allebei vallei. De vallei is gevormd door de Garonne rivier die uiteindelijk in Frankrijk bij Bordeaux in de oceaan stroomt. Bij aankomst in Vielha liepen we langs een
panaderia, konden we eindelijk koffoe met gebak eten nog voor Arjans verjaardag. Vervolgens hebben we de Iglesia de Sant Miguel bezocht en wat door Vielha gewandeld wat verder
ook niet een heel bijzondere plaats is.
Niet ver van Vielha ligt Arties, een mooi gelegen dorp waar de Garonne woest doorheen stroomt. Ook Arties is niet zo groot en we hebben een wandeling door het dorp gemaakt
en op een terras langs de rivier hebben we wat gedronken.
Vanuit Arties verder naar het oosten gereden waarbij we kort gestopt zijn op het hoogste punt van de route, de op ruim 2 km hoogte gelegen Port de la Bonaigua pas. Hier liepen
ook een aantal paarden los. Daarna zijn we doorgereden naar Esterri d'Àneu waar we hebben geluncht, we waren vrij laat dus er was niet veel keus meer. Na de lunch zijn
we nog langs de rivier gewandeld die door Esterri d'Àneu om de romaanse brug uit de 13e eeuw te bekijken.
Vervolgens zijn we in één keer doorgereden naar Cardona, onze volgende stopplaats. We zijn in Cardona terecht gekomen omdat we deze vakantie pas steeds 1 of 2 dagen
van te voren een volgende overnachting boeken en er verder weinig beschikbaar was. We hadden een appartement geboekt in het, naar later bleek, autovrije oude centrum van de stad.
Maar ons navigatie systeem wist dat niet en dus we kwamen steeds bij straten uit waar we niet in konden. Uiteindelijk hebben we een parkeerplaats gevonden zo dicht mogelijk bij
het appartement. Maar dat konden we vervolgens ook niet vinden, dus hebben we de eigenaresse gebeld die vrij snel bij ons was en ons naar het appartement, Casa Boutique nr 24,
heeft gebracht wat in een overdekte zijstraat van de straat zat waar we het adres van hadden.
Cardona
Het was een leuk, klein appartement boven een kleine kapel, de Capilla de Santa Eulalia aan het gelijknamig plein. Vanuit het appartement hadden we zicht op het kasteel van
Cardona.
We zijn twee hele dagen in Cardona geweest, waarvan de eerste in Cardona zelf. Het is geen grote plaats, Cardona heeft maar ruim 4500 inwoners. Maar de stad heeft wel een
oud centrum, niet heel groot uiteraard, met een aantal bezienswaardigheden. De tweede dag hebben we het kasteel van Cardona bezocht en de zoutmijn die bij de stad ligt.
Voordat we Cardona introkken hebben we bij de Tourist Info, op minder dan 100 meter van ons appartement, wat informatie opgehaald voor een stadwandeling en over een
bezoek aan zowel het kasteel als de zoutmijn.
Kasteel van Cardona
De tweede dag hebben we de twee belangrijkste bezienswaardigheden van Cardona bezocht. In de ochtend het op een heuvel gelegen kasteel en daarna 's middags de zoutmijn.
De bouw van dit imposante kasteel begon zo'n 2500 jaar geleden. Gedurende de middeleeuwen was het kasteel de verblijfplaats van de Heren van Cardona. Onderdeel van het kasteel is de Catelaans-Lombardisch romaanse Sant Vicenç kapittelkerk. Het kasteel is gebouwd op een heuvel en torent daarmee hoog boven het omliggende landschap uit. En vanaf de 11e eeuwse Torre de la Minyona, een toren van 15 meter hoog en 10 meter in doorsnede heb je ook een mooi zicht op Cardona en de wijde omgeving.
De bouw van dit imposante kasteel begon zo'n 2500 jaar geleden. Gedurende de middeleeuwen was het kasteel de verblijfplaats van de Heren van Cardona. Onderdeel van het kasteel is de Catelaans-Lombardisch romaanse Sant Vicenç kapittelkerk. Het kasteel is gebouwd op een heuvel en torent daarmee hoog boven het omliggende landschap uit. En vanaf de 11e eeuwse Torre de la Minyona, een toren van 15 meter hoog en 10 meter in doorsnede heb je ook een mooi zicht op Cardona en de wijde omgeving.
Zoutmijn van Cardona
In de middag zijn we naar de zoutmijn gereden, Montaña de Sal. Vanaf het informatiecentrum bij de mijn wordt je met een busje naar de veel lager gelegen ingang van
de mijn gereden. Buiten de mijn ligt een grote grijze berg, deze is niet natuurlijk maar bevat het zoutafval wat niet bruikbaar was. Het zout werd al gewonnen in de
neolitische tijd, 4500 jaar geleden. Het zout is hier zo'n 40 miljoen jaar geleden ontstaan toen hier nog zee was. Door de opkomst van onder andere de Pyreneeën werd
het een meer dat op zijn beurt weer opdroogde en waardoor het zout achterbleef.
De mijn is uiteindelijk in 1990 gesloten omdat het niet winstgevend meer was, dat markeerde het begin van economische en sociale crisis in Cardona waar de stad nog steeds
niet helemaal uit is gekomen. Maar voor toeristen is nog steeds een klein gedeelte van de gangen toegankelijk en kan middels een rondleiding worden bezocht. Tijdens de ongeveer een
uur durende rondleiding wordt door een gids het eea verteld, in het Spaans. We hadden echter wel een infoblad gekregen in het Engels, maar dat was duidelijk minder info dan
wat de gids vertelde en onze beperkte kennis van het Spaans was hier bij lange na niet toereikend om het volledig te kunnen volgen. De mijn is schitterend om te zien, met zijn
vele kleuren, stalactieten en stalagmieten lijkt het heel erg op een druipsteen grot.
Vic
Op zondag 8 augustus zijn we vertrokken uit Cardona en op weg gegaan naar onze volgende bestemming in Spanje, Figueres. Onderweg daarheen hebben we een bezoek gebracht aan
de stad Vic. Vic is een stad met een mooi oud centrum. Zoals in vele Spaanse plaatsen heet ook hier het centrale plein Plaça Major (plaça is Catelaans voor
het Spaanse plaza). Dit tamelijk grote plein is bedekt met zand. In de stad zijn de pro-Catelaanse gevoelens duidelijk aanwezig, grote posters op de muren met daarop
afbeeldingen van de voorvechters voor een onafhankelijk Catalonië. Ook de Catelaanse vlag wappert aan vele balkons. Bij de Tourist Info is een wandelroute te krijgen
en overal in de stad hangen richting bordjes voor deze wandelroute
Figueres
De laatste dagen in Spanje hebben we doorgebracht in de stad Figueres in de Costa Brava. We verbleven hier vier nachten in Hotel Empordà aan de rand van de stad.
Figueres is bekend door de surrealistische kunstenaar Salvador Dalí die er is geboren en overleden. Behalve in het Dalí museum kom je deze kunstenaar
overal in de stad tegen. De eerste dag hebben we Figueres zelf bezocht. Vanuit het hotel zijn we naar het centrum gewandeld waar we eerst bij de Tourist Info wat informatie
over de stad hebben opgehaald. Alvorens de stad te gaan verkennen hebben we eerst tegenover het geboortehuis van de kunstenaar koffie gedronken.
Aan het Plaça Gala i Salvador Dalí staat het Teatro-Museo Dalí, dit museum is in 1974 door de kunstenaar zelf opgericht. Toen we op het plein aankwamen stond
er een lange rij bezoekers en op er hing een bord met voor welke tijdstippen er nog kaarten verkrijgbaar waren. Dat waren er niet veel meer. We hadden er helaas geen erg gehad
om van te voren kaartjes te reserveren. Hilleke is in de rij gaan staan en Arjan is onderwijl wat foto's van de omgeving van het museum gaan maken. Het gebeurd niet vaak,
maar deze keer hadden we geluk. Net voor Hilleke aan de beurt was bracht iemand twee kaartjes terug en konden we al om 13:15 het museum in. Het is een groot museum waar veel
van de werken van Dalí te zien zijn. We hebben er een kleine twee uur doorgebracht en vervolgens zijn we nog om een deel van het museum heen gelopen om het dak met de
eieren te bekijken.
La Garrotxa
Dinsdag 10 augustus hebben we een rondrit door de omgeving ten westen van Figueres gemaakt, door La Garrotxa. Hier ligt ook het Parc Natural de la Zona Volcànica de
la Garrotxa met zijn vele inmiddels uitgedoofde vulkanen. De eerste plaats die we hebben bezocht was Besalú. Besalú is bekend om zijn Puente Románico die
is gebouwd in de 11e eeuw, de brug is opvallend doordat er halverwege een bocht in zit. Die was nodig zodat de pilaren van de brug op de rotsen in de rivier konden worden
gebouwd. In de loop der eeuwen is de brug diverse malen herbouwd. Ook tijdens de Spaanse burgeroorlog is de brug met dynamiet verwoest en na de oorlog weer herbouwd.
Castellfollit de la Roca ligt bovenop een basalt klif die is gevormd door twee elkaar overlappende lavastromen. Het dorp ziet er spectaculair uit met de huizen die
tot aan de rand van de klif zijn gebouwd. Via een bochtige weg zijn we bovenop de klif aangekomen en hebben daar de auto geparkeerd. We zijn naar het einde van de klif gewandeld,
daar staat een kerk en je hebt een mooi zich over de omgeving. Bij een restaurantje hebben we wat gegeten en vanuit het raam had je een mooi zicht op de huizen die tot tegen
de rand van de klif zijn gebouwd. Verder is er overigens weinig in Castellfollit de la Roca te beleven, het is hoofdzakelijk de spectaculaire ligging.
Vanuit Castellfollit zijn we naar Olot gereden, het centrum van La Garrotxa. Een vulkanisch gebied en Olot ligt ook midden in het Parc Natural de la Zona Volcànica
de la Garrotxa. Inmiddels zijn wel alle vulkanen in het gebied uitgedoofd. Bij Olot liggen diverse vulkanen en we hebben één van de bekendste beklommen, de
Volcà del Montsacopa ten noorden van de stad. We hebben de auto op een parkeerplaats onderaan de krater geparkeerd en zijn naar boven geklommen. De krater is niet heel
hoog, en ook niet heel groot in doorsnede, dus je bent niet heel lang bezig om over de rand van de krater een rondje te lopen. Op de rand van de krater staat naast een
kapel ook nog een restaurantje waar we wat hebben gedronken.
Niet ver van Olot ligt ook de Volcà del Croscat, dit is de jongste en hoogste vulkaan van het Iberisch schiereiland. De laatste uitbarsting was zo'n 14000 jaar geleden.
In de vorige eeuw is een deel van de vulkaan afgegraven voor de winning van gravel. Na protesten is dit in 1990 gestopt. Maar de schade die dit heeft toegebracht aan de
vulkaan is duidelijk zichtbaar. Alhoewel dit ook weer de mogelijkheid geeft om een deel van de binnenwand van de krater te bekijken. Vanaf de parkeerplaats is het overigens
nog een aardige wandeling naar de het gapende gat in de vulkaan. Met de Volcà del Croscat hadden we wel weer genoeg vulkaan gezien en zijn we naar Banyoles gereden
om daar in een restaurant aan het gelijknamige meer te eten alvorens terug te gaan naar Figueres.
Cap de Creus Nationaal Park
De laatste dag in Spanje zijn we naar de meest oostelijke deel van het land gegaan, het Cap de Creus Nationaal Park. Een rotsachtig schiereiland met langs de kust een
aantal bekende badplaatsen als Cadaqués, Roses en Empuriabrava. De eerste stop was bij het benedictijnen klooster Sant Pere de Rodes, gebouwd van de 9e tot de 13e
eeuw. In het klooster leven grote aantallen van de bedreigde Grijze grootoorvleermuis. Het klooster hebben we verder niet bezocht, alleen de Tourist Info die er ook in is
gevestigd. Vanaf het klooster heb je zicht op de badplaats El Port de la Selva waar we vervolgens heen gegaan zijn om te lunchen. Het was erg druk in El Port de la Selva en
het duurde even voor we er een parkeerplaats hadden gevonden. Alvorens te gaan lunchen hebben we even langs de haven gelopen en het was ons al snel duidelijk dat dit niet
het soort plaatsen zijn waar we twee weken vakantie zouden willen doorbrengen.
Vanuit El Port de la Selva kun je niet langs de kust naar de meest oostelijke punt, Cap de Creus, rijden. Je moet het schiereiland doorsteken naar Cadaqués en vandaar
kun je dan naar de Cap de Creus. Echter dat kan niet met eigen auto, die moet je parkeren en met een bus kun je vervolgens naar de Cap de Creus gaan. We hebben er wat gedronken
en wat over de rootsige kust gewandeld alvorens de bus terug te nemen naar de parkeerplaats. Vervolgens zijn we naar Roses gereden om te eten.
Figueres - Langres - Strijen
Donderdag 12 augustus zijn we begonnen aan de reis terug naar Nederland. Omdat we nu aan de oostkant zijn van de Pyreneeën is de route helemaal anders dan de heenreis.
Ook nu hebben we een nacht in Frankrijk overnacht, in Langres. Bij aankomst in het hotel moesten we voor het eerst deze vakantie de corona QR code laten zien. Nergens in
Spanje was daar om gevraagd, alleen bij een aantal musea daar is onze temperatuur gecheckt. Op vrijdag de 13e waren we in de loop van de middag weer thuis. Het einde van
een mooie vakantie in Spanje en waar we met onze ruim een jaar lessen Spaans goed terecht konden in hotels, restaurants en winkels.



